Prinsjesdag 2025: kabinet blijft investeren in industrie, energie en klimaat

16-09-2025

Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet zijn plannen voor komend jaar. Ook dit jaar aandacht voor de verduurzaming van de industrie. We zetten de belangrijkste maatregelen op een rij.

De energietransitie is in volle gang. In het voorjaar presenteerde het kabinet het pakket voor Klimaat en Groene Groei. In deze tijd van geopolitieke spanningen is energie-, industrie- en klimaatbeleid een strategische prioriteit. Nederland wil niet langer afhankelijk zijn van onbetrouwbare regimes, maar samen met Europese partners zorgen voor meer duurzame en betaalbare energie van dichtbij. Daar zijn veel inspanningen voor nodig en niet alle plannen blijken haalbaar in het tempo dat ooit bedacht is richting 2030 en klimaatneutraal in 2050. Het kabinet geeft aan dat keuzes nodig zijn en presenteerde een aantal maatregelen tijdens Prinsjesdag. 

Maatregelen 

Een aantal maatregelen uit het voorjaarspakket zijn uitgewerkt. De belangrijkste 3 voor de verduurzaming van de industrie zijn:  

  1. Wind op Zee (WOZ), het kabinet presenteert Actieplan windenergie op zee.
  2. Vormgeving van de CO₂-heffing voor de industrie. 
  3. Compensatie hoge netwerkkosten en de uitwerking van de amortisatie 

Wind op Zee 

De afgelopen jaren is de productie van windparken op zee flink toegenomen en Nederland heeft grote ambities om dit verder uit te breiden. Dat is belangrijk om minder afhankelijk te worden van andere landen en over te stappen op meer duurzame energie van dichtbij. Door stijgende kosten en onzekerheid komt de bouw van nieuwe windparken op zee in veel landen stil te liggen. Met het ‘Actieplan windenergie op zee’ neemt het kabinet maatregelen om dit in Nederland te voorkomen. Zo reserveert het kabinet bijna 1 miljard euro vanuit het Klimaatfonds om de bouw van 2 gigawatt aan nieuwe windparken komend jaar te ondersteunen (er staat nu 4,7 gigawatt aan windparken op zee).  

Uitwerking afschaffing CO2-heffing  

De industrie staat zwaar onder druk: bedrijven sluiten en investeringen landen in het buitenland. De CO2-heffing was bedoeld als stimulans voor bedrijven. Met behulp van subsidies kunnen ze investeren en verduurzamen en op deze manier de heffing voor blijven. Duidelijk is dat de randvoorwaarden nog niet op orde zijn, waardoor de stap naar verduurzaming niet altijd te nemen is.  

Daarom verlaagt het kabinet de belastbare uitstoot voor bedrijven, door de belastbare uitstoot nagenoeg gelijk te trekken met het EU-ETS. Daarnaast verlaagt het kabinet het bedrag dat over de uitstoot moet worden betaald aanzienlijk. Dit is een ingrijpende aanpassing van de CO₂-heffing, waardoor deze voor vrijwel alle bedrijven geen impact meer heeft. Daarmee worden de financiële consequenties van de heffing voor bedrijven geminimaliseerd, wat hen meer financiële ruimte geeft en de internationale concurrentiepositie versterkt.    

AVI’s en lachgasinstallaties  

Naast de ETS-bedrijven vallen ook de afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) en twee lachgasinstallaties onder de heffing. Deze bedrijven betalen altijd het volledige heffingstarief. Het kabinet heeft als technische dekking voor AVI’s een apart tarief ingevoerd. Hierover wordt nog gesproken met de afvalsector. Voor de lachgasinstallaties geldt het verlaagde tarief.   

Compensatie netwerkkosten  

Stijgende energiekosten en in het bijzonder netwerktarieven zijn een grote zorg voor (betaalbare) elektrificatie van bedrijven in Nederland, de concurrentiekracht van de Nederlandse industrie, en de energierekening van huishoudens. 

Het kabinet presenteerde dit voorjaar het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Bekostiging elektriciteitsinfra. Hierin werd amortisatie van de kosten van de noodzakelijke investeringen in het stroomnet genoemd als mogelijkheid om de kosten te dempen. Dat is de mogelijkheid om de netwerkkosten niet direct door te berekenen, maar over een langere termijn af te schrijven en te verrekenen. Deze mogelijkheid (zgn. amortisatierekening) is nu verder uitgewerkt. Hieruit blijkt helaas dat amortisatie van de investeringskosten maar heel beperkt kan bijdragen aan lagere tarieven. Ook zijn er een aantal juridische en budgettaire beperkingen vastgesteld. Ook deze uitwerking staat in een bijlage bij de kamerbrief. 

Om de hoge netwerkkosten direct te drukken, heeft het kabinet besloten de IKC (Indirecte Kosten Compensatie) met een extra jaar te verlengen, dus tot en met 2028. Hiervoor is 150 miljoen extra beschikbaar gesteld. Dit komt boven op de half miljard die eerder is vrijgemaakt.   

Met IKC kunnen bedrijven hun stroomkosten drukken. De IKC verbetert ook het gelijke speelveld voor de Nederlandse industrie, omdat de IKC in omringende landen (zoals België en Duitsland) wordt uitgekeerd tot en met 2030. Daarnaast blijft er aandacht voor maatregelen om het net beter te gebruiken én voor het oplossen netcongestie. 

Klimaat- en Energieverkenning (KEV)  

Dit jaar is ook het KEV gepresenteerd tijdens Prinsjesdag. In de Klimaat- en Energienota legt het kabinet verantwoording af over het gevoerde klimaat- en energiebeleid en specifiek over de voortgang die het afgelopen jaar is geboekt. Daarbij wordt gekeken in hoeverre Nederland op koers ligt om de nationale klimaat- en energiedoelstellingen te halen en te voldoen aan de nationale verplichtingen die volgen uit het Europese klimaat- en energiebeleid.  

Het KEV bevestigt wederom dat de gewenste uitstootvermindering voor 2030 een enorme opgave blijkt. Het PBL verwacht in de KEV 2025 een CO2-reductie van 46,8-54,5% in 2030, terwijl het streefdoel 55% is ten opzichte van 1990. Dat is wel een lichte verbetering van het KEV uit 2024, maar we zijn er nog niet. Er is blijvend aandacht nodig voor de transitie, ook in de komende periode. Het kabinet blijft inzetten op de uitvoering, het op orde brengen van de randvoorwaarden en het zetten van logische (vervolg)stappen in de sectoren om te zorgen dat onze uitstoot blijft dalen en het doel de komende jaren binnen bereik komt.   

Het kabinet geeft aan dat 2030 niet het eindpunt is, maar slechts een tussenstap. Veel maatregelen en investeringen die we nu doen, hebben pas effect ná 2030. In het klimaatplan kijkt het kabinet vooruit naar 2035 en in Europa wordt gekeken wat we in 2040 voor elkaar moeten krijgen om klimaatneutraal te zijn in 2050. De komende jaren moeten dus ook maatregelen genomen worden die na 2030 effect hebben. 

Verder lezen 

Persbericht ministerie van Klimaat en Groene Groei 
Kamerbrief Uitvoering pakket voor Groene Groei 

Afbeeldingen

X (voorheen Twitter)

Cookie-instellingen