Toch is de investering nog geen gelopen race, want de Europese chemische industrie kampt met zeer uitdagende marktomstandigheden. Volgens Zuidema is Europa nu aan zet om echte duurzame keuzes te maken.
Onderdeel van efficiënte chemische keten
De geschiedenis van chemiebedrijf AnQore volgt grotendeels de lijn van de andere bedrijven op het industriepark Chemelot. Het terrein richtte DSM in de vorige eeuw in als geïntegreerde site. Reststromen van het ene bedrijf zijn hier grondstoffen voor het andere. In feite kent de site twee hoofdketens: de verwerking van aardgas en die van nafta. Bij het hoofdproduct van AnQore komen deze stromen samen. Door propeen en ammoniak in aanwezigheid van zuurstof te laten reageren produceert AnQore acrylonitril, met als bijproduct waterstofcyanide.
Acrylonitril vormt de basis voor Acrylonitril-Butadieen-Styreen, onder andere bekend van de Lego-blokjes. Een andere afgeleide, acrylamide, is een veelgebruikt vlokmiddel in afvalwaterzuiveringsinstallaties. En het bedrijf produceert de grondstof voor nog veel meer veelgebruikte basischemicaliën voor de chemische en farmaceutische industrie.
CO2-reductiedoel van 2040 11 jaar naar voren halen
Namens AnQore ondertekende CFO Sebastiaan van Dooren onlangs in het bijzijn van minister Sophie Hermans (Klimaat en Groene Groei) en staatssecretaris Thierry Aartsen (Infrastructuur & Waterstaat) een Joint Letter of Intent in het kader van de Maatwerkafspraken Verduurzaming Industrie.
CEO Sjoerd Zuidema licht de afspraken toe: “Hoofdonderwerp van de afspraken tussen Rijk, Provincie Limburg en AnQore is de financiële ondersteuning voor de bouw van een zogenaamde thermische oxidatie-installatie. Deze installatie neutraliseert onder andere het lachgas dat tijdens de productie van acrylonitril ontstaat.”
Lachgas is een zeer zwaar broeikasgas: 1 kilo lachgas staat gelijk aan 265 kilogram CO2-equivalent. Om dat in perspectief te plaatsen: de uitstoot van 1 kilogram methaan staat gelijk aan 25 kilogram CO2-equivalent. Met de installatie vermijdt AnQore een emissie van 365 kton CO2-equivalenten en haalt daarmee de verplichte doelen van 2040 11 jaar naar voren. Genoeg redenen dus om de installatie zo snel mogelijk te laten bouwen.
Hoewel de investering van rond de €120 miljoen niet leidt tot de ontwikkeling van nieuwe producten—niet voor AnQore en ook niet voor onze klanten—is de impact ervan op milieugebied wél aanzienlijk. “Onze klanten zien de waarde van low-carbon producten,” zegt Zuidema, “maar hebben niet de ruimte om daar extra voor te betalen. Er zijn genoeg andere steekhoudende argumenten om wél te investeren in het terugdringen van onze emissies. Naast CO₂ vermijden we ook de helft van de uitstoot van stikstofoxiden en reduceren we de emissie van zeer zorgwekkende stoffen aanzienlijk.”
Europa bepaalt steeds meer
Zuidema vervolgt: “We kunnen een dergelijk grote investering alleen maar naar voren halen als daar een financiële ondersteuning van de overheid tegenover staat. Helaas heeft de waardeketen op dit moment geen capaciteit om dergelijke investeringen zelf te kunnen dragen. De handelsoorlog zet onze Europese markt onder druk. We exporteren minder. Tegelijk komt er meer import uit Azië.
De chemische keten is zo sterk als de zwakste schakel
De onderlinge afhankelijkheid van de bedrijven op het Chemelot-terrein is zowel een kracht als een zorg. Want als er één schakel uitvalt, heeft dat invloed op de gehele keten. AnQore merkte dat al doordat de on-site levering van propeen aan AnQore stopte. Zuidema: “We moesten toen snel op zoek naar een alternatieve aanvoerroute voor het propeen dat we normaal gesproken via een directe pijpleiding kregen aangeleverd. We vonden de oplossing door een losplaats te bouwen in de haven van Chemelot aan het Julianakanaal. Alleen al het transport van de daarvoor benodigde opslagtanks van elk 50 meter lang was een monsterklus.”
Europa moet meer doen om zijn industrie te beschermen
Zuidema is trots op de veerkracht die het bedrijf en zijn aandeelhouders getoond hebben. “Maar we zitten niet te wachten op nóg zo’n uitdaging. Uiteindelijk zijn we een commercieel bedrijf en verwachten onze aandeelhouders een gezond rendement uit hun investeringen. We moeten echt alle zeilen bijzetten om als bedrijf en als keten te overleven. We hopen dat Brussel en Nederland nu kiezen voor de maakindustrie en actie onderneemt. Steeds weer wordt de liefde voor de industrie uitgesproken, maar we willen meer actie en meer snelheid. Het is essentieel dat Europese en nationale overheden zorgen voor een helder, betrouwbaar en langjarig regelgevend kader. Alleen dan kan de industrie de noodzakelijke investeringen doen die bijdragen aan klimaatdoelen, innovatie en een concurrerende en duurzame Europese economie.”
We kunnen onze producten met een lagere CO2-voetafdruk produceren dan onze concurrenten buiten Europa. Dat hebben we al laten zien met onze groene variant van acrylonitril: Econitrile. Door fossiele propeen en ammoniak te vervangen voor biogene en circulaire alternatieven, realiseren we een carbon footprint van bijna 0kt CO2 per kg product.
Daar moet wel worden bij gezegd: het product kost ook 2,5 keer zoveel geld. Gelukkig zien we steeds meer klanten – in heel specifieke toepassingen - op dit groene alternatief overstappen omdat ze daarmee ook hun CO2-emissiebesparingstargets kunnen halen. Ook daar kan Europa een belangrijke rol spelen, in het creëren van een duurzame markt. Maar ook dat kan alleen als je je eigen markt beschermt.”
In de startblokken om te bouwen
Terug naar de Joint Letter of Intent ziet Zuidema nog steeds een grote kans voor AnQore, maar ook voor de Nederlandse industrie. “We hebben de gesprekken met de ministeries en provincie als zeer prettig ervaren”, besluit Zuidema. “De methodiek van de Maatwerkafspraken is volgens mij ook de goede manier om de verduurzaming van de industrie te versnellen. Dat wij nu redelijk snel tot de eerste handtekening komen, heeft er vooral mee te maken dat we onze plannen al ver hadden uitgewerkt. De technologie is klaar, we hebben voornamelijk een financieel gat te dichten. De komende tijd wordt spannend. Maar als we groen licht hebben, kunnen we ook snel onze emissies terugdringen.”