Impactanalyse toont sleutelrol stoomsysteem Delfzijl

21-08-2026

In Delfzijl zijn bedrijven via stoomleidingen met elkaar verbonden. Een impactanalyse laat zien dat als investeringen in een schakel van dat systeem onder druk staan, dat gevolgen heeft voor de verduurzaming van het hele cluster.

Industrieclusters

Cluster Noord-Nederland

Industrieroutes

Proces-efficiëntie en restwarmte

Het industriecluster Delfzijl geldt al jaren als een voorbeeld van hoe bedrijven samen kunnen verduurzamen. Via een gezamenlijk stoomnet wisselen bedrijven warmte, energie en utiliteiten uit. Dat systeem vormt de ruggengraat van de chemische industrie in het gebied én biedt ruimte voor nieuwe circulaire bedrijvigheid. Juist die kracht staat volgens een nieuwe impactanalyse onder druk. De analyse laat zien dat landelijke beleidskeuzes rondom circulair beleid en CO₂-reductie gevolgen hebben die verder reiken dan de afvalenergiecentrales alleen. Ze raken de leveringszekerheid van het hele industriecluster.

De impactanalyse is opgesteld onder verantwoordelijkheid van Clusterregie Noord-Nederland, in samenwerking met WaterEnergySolutions en RVO. Op 28 mei overhandigde clusterregisseur Tjisse Stelpstra het rapport aan staatssecretaris Jo-Annes de Bat van Klimaat en Groene Groei.

Nationaal beleid kan regionaal verschillend uitpakken

"Met deze impactanalyse wilden we inzichtelijk maken hoe nationaal beleid doorwerkt op clusterniveau," zegt Marike Hoekstra, verantwoordelijk voor de impactanalyse vanuit Clusterregie Noord-Nederland. "In Delfzijl zijn bedrijven via stoom, elektriciteit, perslucht en industriewater sterk met elkaar verbonden. Wanneer investeringen in een cruciale schakel van dat systeem onder druk komen te staan, heeft dat gevolgen voor de verduurzaming én de toekomstige ontwikkeling van het hele industriecluster."

Volgens Hoekstra is de analyse daarom nadrukkelijk meer dan een onderzoek naar de positie van afvalenergiecentrales. "De casestudie laat zien hoe afhankelijk bedrijven van elkaar zijn. Dat systeemperspectief is belangrijk, omdat beleidskeuzes op nationaal niveau in de praktijk heel anders kunnen uitpakken dan vooraf wordt voorzien."

Van gasgestookte stoom naar afvalwarmte

De industrie in Noord-Nederland kende een snelle ontwikkeling toen bleek dat de bodem zowel aardgas als grote hoeveelheden steenzout bevatte. Het zout vormde de basis voor de chemische industrie, terwijl aardgas werd ingezet om de stoom te produceren die nodig was voor de verschillende productieprocessen.

Tijden veranderen snel voor de industrieclusters en dat geldt zeker ook voor Delfzijl. Het stoomnet dat Akzo Nobel – tegenwoordig Nobian – destijds aanlegde voor de energievoorziening van zijn fabrieken, werd jarenlang gevoed door de gasgestookte warmtekrachtcentrale Delesto. In 2010 kreeg de centrale ondersteuning van de afvalenergiecentrale van EEW. Drie jaar later volgde Bio Golden Raand van Eneco. Beide installaties leveren duurzame stoom aan het netwerk. Daardoor kon Nobian de inzet van de warmtekrachtcentrale terugbrengen en meer gebruikmaken van duurzame stoom.

Juist die ontwikkeling maakt het industriecluster volgens de impactanalyse bijzonder. De gedeelde infrastructuur maakte het mogelijk om het aardgasgebruik fors terug te dringen en vormde de basis voor de maatwerkafspraken tussen Nobian en het Rijk. Via het NEO-project wordt bovendien gewerkt aan een verdere verduurzaming van de stoomvoorziening, goed voor een jaarlijkse CO₂-reductie van ruim 400 kiloton. Tegelijkertijd biedt het bestaande systeem kansen voor nieuwe bedrijven zoals Avantium, BioBTX en SkyNRG.

Maar juist daar wringt volgens de onderzoekers de schoen. De stapeling van CO₂-heffingen, afvalheffingen en ander circulair beleid zorgt voor toenemende onzekerheid over toekomstige investeringen. Dat raakt niet alleen de exploitanten van de afvalenergiecentrales, maar het complete systeem waarvan veel bedrijven afhankelijk zijn. Dat beeld herkennen ook de bedrijven in het cluster.

Beleid gericht op terugdringen afvalverbranding

Directeur Wilfred de Jager van EEW ziet volop mogelijkheden om de afvalenergiecentrale verder te verduurzamen. "Dankzij de strenge Nederlandse regelgeving en de emissiegrenswaarden van de provincie Groningen hebben we een van de schoonste centrales van Europa. We breidden onlangs nog uit met een slibverbrandingslijn, waarmee we rioolwaterzuiveringen ondersteunen bij het verduurzamen van hun afvalstromen."

"Maar we willen nog meer doen", vervolgt De Jager. "Ondanks dat we ruim onder de emissiegrenswaarden zitten, kunnen we nog schoner produceren door CO₂ af te vangen en stikstofemissies verder terug te dringen. Om dat mogelijk te maken moeten we wel fors investeren. En daar wringt de schoen."

Volgens De Jager is het huidige beleid vooral lastig vanwege de timing. "Het geld dat wij moeten betalen voor onze CO₂-uitstoot steken we liever in een CO₂-afvanginstallatie of verdere NOx-reductie. De afgevangen CO₂ kunnen we vervolgens leveren aan duurzame bedrijven in de regio of opslaan via projecten zoals Aramis."

Hij noemt het een klassiek kip-ei-dilemma. "Wanneer we CO₂ afvangen, hoeven we uiteindelijk ook minder CO₂-heffing te betalen. Maar om die stap te zetten hebben we wel tijd en investeringszekerheid nodig. Dat is precies waar het nu aan ontbreekt."

Impact op industriecluster is groter dan individuele bedrijven

Wat EEW en Eneco vooral dwarszit, is dat de afspraken uit het Klimaatakkoord volgens hen averechts dreigen uit te werken voor de verduurzaming die ze juist mogelijk moeten maken. Tegelijkertijd zag Clusterregie Noord-Nederland dat deze signalen breder speelden dan alleen bij de afvalenergiecentrales. Dat was, samen met de afspraken binnen de stuurgroep van het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie (NPVI), de aanleiding voor de impactanalyse.

"We merkten dat discussies vaak gingen over afzonderlijke bedrijven of installaties," zegt Marike Hoekstra, verantwoordelijk voor de impactanalyse vanuit Clusterregie Noord-Nederland. "Terwijl wij juist wilden weten wat het effect is op het hele industriecluster. In Delfzijl zijn bedrijven via stoom, elektriciteit en perslucht met elkaar verbonden. Als één schakel onder druk komt te staan, raakt dat uiteindelijk het hele systeem."

Volgens Hoekstra laat de analyse zien dat de kracht van Delfzijl juist zit in die samenwerking. De bestaande infrastructuur maakte het mogelijk om het aardgasgebruik fors terug te brengen, maatwerkafspraken te maken en ruimte te creëren voor nieuwe bedrijven zoals Avantium, BioBTX en SkyNRG. "Dat systeem heeft zich in de afgelopen jaren bewezen. De vraag is hoe we ervoor zorgen dat het ook de komende decennia kan blijven bijdragen aan de verduurzaming van de industrie."

Bedrijven kunnen niet verduurzamen zonder gezamenlijke utiliteiten

De onderzoekers concluderen daarom dat stoom, elektriciteit, perslucht en CO₂ moeten worden gezien als Kritische Cluster Utiliteiten. Niet omdat ze bijzonder zijn, maar omdat veel bedrijven ervan afhankelijk zijn. Als één van die schakels wegvalt of noodzakelijke investeringen uitblijven, heeft dat gevolgen voor het hele industriecluster.

Volgens Hoekstra vraagt dat om een andere manier van kijken. "We hebben met de maatwerkaanpak en andere instrumenten al veel in handen om bedrijven te ondersteunen bij hun verduurzaming. De volgende stap is dat we ook de gedeelde infrastructuur als onderdeel van die verduurzaming gaan zien. Investeringszekerheid voor die infrastructuur is uiteindelijk investeringszekerheid voor het hele cluster."

De impactanalyse doet daarvoor verschillende aanbevelingen. Zo pleiten de onderzoekers voor de aanwijzing van Kritische Cluster Utiliteiten, een energie-infrastructuurfonds voor essentiële voorzieningen, meer voorspelbaarheid in beleid en snellere vergunningprocedures voor projecten die bijdragen aan CO₂-reductie. Ook vragen zij om structureel overleg tussen Rijk, regio en de industrieclusters om knelpunten tijdig te signaleren.

Advies om ook impactanalyse voor andere clusters uit te voeren

Clusterregisseur Tjisse Stelpstra overhandigde de impactanalyse aan staatssecretaris Jo-Annes de Bat van Klimaat en Groene Groei. Bij die gelegenheid benadrukte De Bat het belang van een goede samenwerking met de industrieclusters. "Het is belangrijk om goed in contact te staan met de industrieclusters in Nederland en samen te kijken wat nodig is om bedrijven te laten verduurzamen, investeren en produceren."

Voor Hoekstra is de casestudie daarmee vooral een uitnodiging om ook naar andere industrieclusters te kijken. "Delfzijl laat zien hoe nationaal beleid op clusterniveau uitwerkt. Andere industrieclusters kennen weer een andere infrastructuur en andere afhankelijkheden. Daarom is het belangrijk om ook daar inzichtelijk te maken wat de effecten zijn."

Juist op clusterniveau wordt zichtbaar hoe beleidskeuzes op nationaal niveau doorwerken in de praktijk. Volgens de onderzoekers onderstreept de casestudie van Delfzijl daarom het belang van vergelijkbare impactanalyses voor andere Nederlandse industrieclusters. Alleen zo kunnen leveringszekerheid, investeringszekerheid en verduurzaming in samenhang worden afgewogen.

 Aanbevelingen uit de impactanalyse

De opstellers van de impactanalyse doen verschillende aanbevelingen om de leveringszekerheid en verduurzaming van industrieclusters te ondersteunen:

Borg structureel overleg tussen Rijk, regio en industrieclusters.

  • Wijs stoom, elektriciteit, perslucht en CO₂ aan als Kritische Cluster Utiliteiten.
  • Ontwikkel aanvullende financieringsstructuren, zoals een energie-infrastructuurfonds.
  • Beperk beleidsonzekerheid en geef bedrijven meer investeringszekerheid.
  • Versnel vergunningprocedures voor projecten die bijdragen aan CO₂-reductie.

Afbeeldingen

Cookie-instellingen