Prinsjesdag 2026: kabinet houdt koers op verduurzaming industrie

11-09-2026

Het kabinet blijft investeren in verduurzaming van de industrie, maar kiest voor een realistischer aanpak. Voor bedrijven zijn vooral subsidies, compensatie voor hoge elektriciteitskosten, energie-infrastructuur, elektrificatie en circulaire grondstoffen van belang.

Hoge energiekosten, netcongestie en internationale concurrentie maken verduurzamen voor veel industriële bedrijven lastig. Het kabinet wil daarom verduurzaming blijven ondersteunen, maar kijkt daarbij nadrukkelijk naar betaalbaarheid, uitvoerbaarheid en een gelijk speelveld in Europa.

Subsidies en compensatie blijven beschikbaar 

Ook in 2027 wil het kabinet verschillende subsidies en compensatieregelingen inzetten om investeringen in verduurzaming mogelijk te maken. Het gaat onder meer om ondersteuning voor duurzame energieproductie, demonstratieprojecten, klimaatinvesteringen in de industrie en compensatie voor hoge elektriciteitskosten. 

Daarnaast komt er geld beschikbaar voor flexibel elektriciteitsgebruik. Daarmee wil het kabinet onder andere de Flex-e-regeling in 2027 opnieuw openstellen. Deze regeling helpt bedrijven om hun elektriciteitsgebruik beter af te stemmen op de beschikbare ruimte op het elektriciteitsnet. 

Als onderdeel van het aangekondigde maatregelpakket om Nederland weer in beweging te brengenstelt het kabinet budget beschikbaar voor stikstofmaatregelen in de industrie. Er komt budget voor de bestaande tenderregeling voor nageschakelde technieken en voor een regeling die tot doel heeft om de uitstoot van stikstofoxiden rond een Natura 2000 gebied te verminderen. 

Voor Aramis, het grootschalige project voor transport en opslag van CO₂, reserveert het kabinet geld om financiële risico’s af te dekken. Ook zijn voor de komende jaren aanvullende middelen beschikbaar voor extra waterstofopslag in zoutcavernes. 

 Vanaf 2027 past het kabinet de energiebesparingsplicht aan. Daarmee stimuleert het energiebesparing en verlaagt het de regeldruk voor bedrijven en instellingen. 

Klimaatbeleid richt zich op haalbaarheid en Europees speelveld 

Volgens de Nota Klimaat en Energie zijn aanvullende maatregelen nodig om de verduurzaming van de industrie en energiesector te versnellen..De Klimaat- en Energieverkenning (KEV) laat namelijk zien dat de industrie richting 2030 afkoerst op ongeveer 58% (bandbreedte: 54% tot 65%) uitstootvermindering ten opzichte van 1990 met het huidige en aanvullend beleid. Dat is aanzienlijk, maar niet voldoende om het streefdoel van de industrie (67% reductie ten opzichte van 1990) te realiseren en daarmee het nationale streefdoel van 55% uitstootvermindering binnen bereik te brengen. Ook richting 2040 is aanvullende inzet nodig om de industrie in Nederland te verduurzamen. 

Het kabinet wil in het voorjaar met aanvullende maatregelen komen. Daarbij kijkt het nadrukkelijk naar Europees beleid. Het doel is om verduurzaming te versnellen en tegelijkertijd de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven te beschermen. Ook wil het kabinet bedrijven meer zekerheid bieden over ondersteuning bij hoge elektriciteitskosten.

Wat is er nodig voor de industrie? 

  • Langdurige investeringszekerheid en gelijk speelveld binnen Europa 
  • Versterking van het ETS en uitbreiding van CBAM (koolstofheffing aan de grens) 
  • Versneld afschaffen van de nationale CO₂-heffing industrie en zorgen dat bedrijven hier geen verdere kosten van ondervinden  
  • Vraagcreatie via Europese regelgeving en financiering zoals leningen, subsidies 
  • Versterking van de circulaire economie 
  • Infrastructuur en ruimtelijke inpassing 

NPE geeft richting aan infrastructuur en elektrificatie

In het geactualiseerde Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) beschrijft het kabinet hoe het energiesysteem betaalbaar, weerbaar en duurzaam moet worden. Voor industriële bedrijven zijn vooral de beschikbaarheid van energie en voldoende infrastructuur belangrijk. 

Het kabinet houdt rekening met een lagere verwachte vraag naar hernieuwbare waterstof. Tegelijk blijft de ontwikkeling van infrastructuur voor transport en opslag van CO₂ belangrijk voor industriële processen die moeilijk volledig te verduurzamen zijn. Ook blijft elektrificatie van industriële processen een belangrijk onderdeel van de energietransitie. En weerbaarheid en energieonafhankelijkheid worden belangrijker. De import van fossiele import moet dalen. 

Meer aandacht voor duurzame grondstoffen en innovatie 

Voor sectoren zoals de chemie, luchtvaart en scheepvaart blijft koolstof als grondstof nodig. Het kabinet wil daarom de beschikbaarheid van duurzame koolstofdragers vergroten. Er komt onder meer ondersteuning voor duurzame luchtvaartbrandstoffen. 

Dit najaar volgen daarnaast een Uitvoeringsagenda Nationale Biogrondstoffenstrategie en een visie op de productie van brandstoffen en grondstoffen voor de chemie. Ook stelt het kabinet geld beschikbaar voor innovatie en voor grote projecten waarvoor op de markt onvoldoende risicokapitaal beschikbaar is. 

Het kabinet past op het gebied van afvalverbranding, stort en export de belastingtarieven aan: de afvalstoffenbelasting wordt lager dan eerder besloten en ook de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties stijgt langzamer dan in het vorige Belastingplan. 

 

Meer weten of aan de slag?

 

 

Bedragen en maatregelen industrie

De Prinsjesdagplannen bevatten verschillende financiële maatregelen voor verduurzaming en innovatie.

  • SDE++ – €1,6 miljard
    Subsidie voor bewezen technieken die de uitstoot van broeikasgassen verminderen. 
  • DEI+ – €100 miljoen 
    Subsidie voor het testen en demonstreren van innovatieve technieken voor energiebesparing en CO₂-reductie. 
  • VEKI –  €77 miljoen 
    Ondersteuning voor investeringen in apparatuur of systemen met een langere terugverdientijd. 
  • Flexibilisering – €35 miljoen 
    Geld voor flexibel elektriciteitsgebruik, onder andere met het doel om Flex-e in 2027 opnieuw open te stellen. 
  • NIKI-regeling:
    Regeling voor grootschalige directe CO₂-reductie en circulaire technieken. Projectideeën kunnen vooraf worden voorgelegd via een projectideetoets. Opent dit najaar. 
  • Stikstofpakket industrie – € 125 miljoen: € 84 miljoen
    Budet voor voortzetting van de tenderregeling voor nageschakelde technieken en € 41 miljoen voor een nieuwe tenderregeling om de uitstoot van stikstofoxiden rond Natura 2000-gebieden te verminderen. 
  • Aramis – €1,3 miljard vanaf 2027:
    Geld voor risicoafdekking bij de ontwikkeling van grootschalig transport en opslag van CO₂. 
  • Waterstofopslag in zoutcavernes – € 245 miljoen:
    Voor aanvullende middelen in de komende jaren. 
  • Duurzame luchtvaartbrandstoffen – €300 miljoen:
    Voor onder andere duurzame brandstoffen op basis van biologische grondstoffen en synthetische brandstoffen. 
  • Alternatief plasticsheffing:
    De technische dekking voor de circulaire plasticsheffing is definitief aangepast. Het tarief van de afvalstoffenbelasting stijgt minder hard, naar €81 per ton, en de stijging in de CO2-heffing wordt vertraagd. 
  • Innovatie: 
    • €500 miljoen voor het Nationale Agentschap voor Disruptieve Innovatie
    • €3,3 miljard voor de Nationale Investeringsinstelling en
    • €375 miljoen voor een nieuwe ronde van het Nationaal Groeifonds. 
  • Afvalverbrandingsinstallaties:
    Vanaf 2030 wordt het tarief van de afvalstoffenbelasting € 81 per ton afval. Eerder was een tarief van gemiddeld € 109 per ton gepland. De CO2-heffing stijgt langzamer dan eerst het plan was. Het tarief komt in 2035 uit op € 304 per ton CO2. Eerder zou dit tarief al in 2030 gelden. 

 

Afbeeldingen

Cookie-instellingen