Investeringsbeslissingen bestaande industrie

Het NPVI bevordert besluitvorming en uitvoering van projecten om de industrie te verduurzamen. Om echte stappen te zetten zijn investeringsbeslissingen cruciaal. Voor de CO2-doelstellingen voor 2030 moeten bestaande bedrijven uiterlijk in 2025 besluiten nemen over hun verduurzamingsinvesteringen.

Behoefte aan duidelijkheid en perspectief

Om de deadline te halen, hebben bedrijven duidelijkheid en perspectief nodig om hun investeringen te kunnen plannen en financieren. Vervolgens is er tijd nodig om de installaties (om) te bouwen en zodoende ook daadwerkelijk de CO₂-uitstoot te verminderen. Dit thema schetst het belang van tijdig investeren om de CO₂-reductiedoelen voor 2030 te halen. Het NPVI stimuleert de bestaande industrie om vóór 2025 beslissingen te nemen voor de ombouw van faciliteiten naar duurzamere productie. Het benadrukt de noodzaak om obstakels aan te pakken om vooruitgang te kunnen boeken.

 

Behoefte aan duidelijkheid en perspectief

Om de doelstellingen te halen, hebben bedrijven duidelijkheid en perspectief nodig om hun investeringen te kunnen plannen en financieren. Vervolgens is er tijd nodig om de installaties (om) te bouwen en zodoende ook daadwerkelijk de CO₂-uitstoot te verminderen. Dit thema schetst het belang van tijdig investeren om de CO₂-reductiedoelen voor 2030 te halen. Het NPVI stimuleert de bestaande industrie om zo spoedig mogelijk beslissingen te nemen voor de ombouw van faciliteiten naar duurzamere productie. Het benadrukt de noodzaak om obstakels aan te pakken om vooruitgang te kunnen boeken.

Rol van overheid en netbeheerder

Het proces richting investeringsbeslissingen is gebaat bij voorspelbaar beleid, passend instrumentarium, evenwichtige kosten en duidelijkheid over energieleverantie. Met name overheden en netbeheerders dragen de zorg voor het minimaliseren van randvoorwaardelijke onzekerheden.

Tijdige besluitvorming van de industrie

In 2025 is vastgesteld met welke bedrijven tijdig maatwerkafspraken kunnen worden gerealiseerd en wat daarvoor nodig is, zodat zij hun Final Investment Decision (FID) kunnen nemen. Ook overige ETS-bedrijven worden gestimuleerd om tijdig hun FID te nemen.

Maatwerkaanpak voor CO2-reductie

De maatwerkaanpak is in 2022 ontwikkeld om extra reductie te realiseren ten opzichte van de vereiste reductie op basis van de Nederlandse CO₂-heffing. Hierbij maken de overheid en de grootste industriële uitstoters afspraken over het bereiken van die reductie, inclusief afspraken over de benodigde middelen. In 2024 is besloten om ook maatwerktrajecten te starten met enkele ambitieuze bedrijven (deels cluster 6) buiten de top 20. De maatwerkafspraken gaan verder dan alleen het reduceren van CO₂-emissies; ze dragen ook bij aan het realiseren van een schone en veilige leefomgeving.

Vooruitgang en mijlpalen

Momenteel lopen er meerdere maatwerktrajecten om tot deze afspraken te komen. De voortgang en uitkomst van deze trajecten hangen af van diverse mijlpalen die in andere thema’s van de Routekaart genoemd zijn, zoals op het gebied van waterstof, elektrificatie en CCS. Ook de strategie en het commitment van buitenlandse hoofdkantoren spelen een rol.

Na het behalen van de mijlpalen die de stadia van afspraken markeren (EoP, JLoI, bindende afspraken), gaan bedrijven over tot het daadwerkelijk realiseren van de verduurzamingsmaatregelen. Zodra een bedrijf en de overheid bindende maatwerkafspraken tekenen, wordt bekend welke projecten zij zullen realiseren en wat het realisatiejaar is van deze projecten. Elk half jaar wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van de maatwerkaanpak.

Relevante trajecten

  • Maatwerk: Ondertekenen van Expression of Principles (EoP, stap 1), Joint Letter of Intent (JLoI, stap 2) en bindende afspraken (stap 3) met bedrijven in de top 20 van industriële uitstoters.
  • Maatwerk: Ondertekenen van EoP, JLoI, en bindende afspraken met bedrijven buiten de top 20.
  • Maatwerk: Fysieke realisatie van de afspraken (uiterlijk 2030).
  • Actieplan 2.0 Cluster 6
  • Klimaatplan 2025-2035

CO2-doelstellingen 2030

Nederland heeft als doel dat de broeikasgasemissies in 2030 met 55% zijn gereduceerd 
t.o.v. het niveau in 1990.
1. Maatwerkbedrijven - top 20 uitstoters: 16 Mton CO2-reductie in 2030 t.o.v.  1990.
2. Cluster 6-bedrijven: 4,3 Mton CO2-reductie in 2030 t.o.v. 1990 (excl. maatwerkafspraken)
3. Aanvullend - buiten top 20 uitstoters: 0,5 Mton CO2-reductie in 2030 t.o.v. 1990; waarvan 0,3 Mton via maatwerkafspraken 
Cluster 6 en 0,2 Mton via de waterzuiveringsindustrie

NPVI-doelen

1. Tijdig helder beleid ten aanzien van investeringsklimaat en duidelijkheid over 
aanpak van knelpunten
2. Tijdige besluitvorming maatwerkbedrijven voor hun FID
3. Tijdige besluitvorming overige ETS bedrijven voor hun FID

 

Code Mijlpaal Omschrijving Opleverdatum Eigenaar
BI01 Verbod op de inzet van fossiele brandstoffen in verwarmingsprocessen zonder afvang Een voorgenomen maatregel uit het klimaatpakket voorjaarsnota (28 april 2023) is het verbod op de inzet van fossiele brandstoffen in verwarmingsprocessen zonder afvang bij uitbreiding, nieuwbouw en vervanging van industriële productie-installaties. 2030 Q1 KGG
BI03 Ondertekenen JLoI met maatwerkbedrijven In de Joint Letter of Intent (JLoI) worden de in de Expression of Principles (EoP) beschreven ambities uitgewerkt in concretere intenties en afspraken, inclusief randvoorwaarden. Een concept-JLoI wordt voorgelegd aan de adviescommissie maatwerkafspraken verduurzaming industrie, die de minister van Klimaat en Groene Groei adviseert over haalbaarheid, kosteneffectiviteit en ambitieniveau. De definitieve JLoI wordt ondertekend door zowel overheid als maatwerkbedrijf. 2026 Q2 KGG, IenW en industrie
BI04 Bindende maatwerkafspraken De JLoI wordt waar nodig verder uitgewerkt in bindende maatwerkafspraken. Dit zijn juridisch bindende afspraken waarbij over en weer verplichtingen worden aangegaan die in rechte afdwingbaar kunnen zijn. De aard en hardheid van de afspraken verschillen per project en hangen onder meer af van aard, tijdshorizon en omstandigheden van de projecten. 2026 Q4 KGG, IenW en industrie
BI12 Ondertekenen JLoI met maatwerkbedrijven buiten top 20 JLoI tekenen met maatwerkbedrijven buiten de top 20 grootste industriële bedrijven. Om mee te kunnen doen aan de maatwerkaanpak moet er bij deze bedrijven ten minste zicht zijn op significante additionele CO₂-reductie. 2026 Q2 KGG, IenW en industrie
BI13 Bindende maatwerkafspraken met bedrijven buiten top 20 Bindende maatwerkafspraken tekenen met maatwerkbedrijven buiten de top 20 grootste industriële bedrijven. Voor deelname aan de maatwerkaanpak is vereist dat er ten minste zicht is op significante additionele CO₂-reductie. 2026 Q4 KGG, IenW en industrie
EE08 Start pilots energiebesparing Als vervolg op project P6-25 wordt in 2026 gestart met een aantal pilots om de implementatie van verschillende energiebesparingstechnieken in de industrie te testen. 2026 Q1 KGG
EL33 Tariefherijking ACM De ACM stelt tarieven vast voor transport en aansluiting van nieuwe aansluitingen en voor bestaande verbruikers, met mogelijke introductie van een producententarief. 2026 Q1 ACM
W26 Vaststelling tarieven waterstofnetwerk op zee De ACM stelt tussen 2029 en 2031 de methode vast voor de berekening van tarieven voor het waterstofnetwerk op zee. 2031 Q3 ACM
IF28 Oplevering verduurzamingsplannen clusters in Data Safe House Industriële bedrijven leveren gegevens over hun verduurzamingsplannen aan bij het Data Safe House. Vanaf Q2 2026 nemen netbeheerders deze plannen via deze route mee in de gezamenlijke scenario-analyse. 2026 Q2 Industrie
CI22 Oplevering perspectief op de raffinagesector KGG levert in samenwerking met IenW een beleidsmatig perspectief op de raffinagesector. 2026 Q1 KGG i.s.m. IenW

Afbeeldingen

Cookie-instellingen