CS wordt gezien als een cruciale technologie voor de industrie om te voldoen aan de klimaatdoelstellingen. Met name op korte termijn wordt CCS gezien als tussenoplossing, maar ook in een klimaatneutrale toekomst in en na 2050 zal CCS naar alle waarschijnlijkheid een belangrijke rol blijven spelen. Dit thema richt zich op het implementeren van CCS-projecten om CO₂-uitstoot in de industrie te verminderen. Het NPVI streeft naar tijdige realisatie van CO₂-afvangprojecten inclusief transport en opslag van CO₂. Porthos en Aramis zijn de CO₂-infrastructuurprojecten die het meest gevorderd zijn in Nederland.
Projecten en tijdige realisatie
Er zijn diverse CCS-projecten in verschillende stadia van ontwikkeling. In Nederland zal vanaf 2026 Porthos als eerste grootschalige CO₂-transport- en opslagproject operationeel zijn. Het richt zich op het transport van CO₂ voor vier industriële partijen in het Rotterdamse havengebied naar een leeg gasveld onder de Noordzee. Ook Aramis zal in deze regio operationeel zijn vanaf 2029/2030. Met name in de industrie, waar directe emissiereductie op korte termijn lastig is, kan CCS een waardevolle technologie zijn in de strijd tegen klimaatverandering. Het is essentieel dat de benodigde energie voor CCS afkomstig is van CO₂-arme installaties en duurzame bronnen.
CCS-doelen
Nederland heeft als doel dat de broeikasgasemissies in 2030 met tenminste 55% zijn gereduceerd ten opzichte van het niveau in 1990. De Europese doelen voor CO2-injectiecapaciteit zijn ambitieus: • Europees CO2-injectiecapaciteitsdoel: 50 miljoen ton per jaar in 2030 en 450 miljoen ton in 2050 (ICMS) • Streefdoel Porthos: circa 37 miljoen ton CO2 in totaal, circa 2,5 miljoen ton CO2 per jaar gedurende 15 jaar • Streefdoel Aramis: uiteindelijk 22 miljoen ton CO2 per jaar, in velden met totale capaciteit van meer dan 400 miljoen ton.
Rol CCS richting 2030
- Ruwweg de helft van de benodigde CO2-reductie in 2030 (t.o.v. 2021) komt van CCS.
- CCS is een bewezen techniek die relatief snel en goedkoop inzetbaar is.
- Alternatieve maatregelen als groene waterstof en directe elektrificatie kunnen niet tijdig in voldoende en betaalbare hoeveelheden worden gerealiseerd.CCS-doelenNederland heeft als doel dat de broeikasgasemissies in 2030 met tenminste 55% zijn gereduceerd ten opzichte van het niveau in 1990. De Europese doelen voor CO2-injectiecapaciteit zijn ambitieus:
- Europees CO2-injectiecapaciteitsdoel: 50 miljoen ton per jaar in 2030 en 450 miljoen ton in 2050 (ICMS)
- Streefdoel Porthos: circa 37 miljoen ton CO2 in totaal, circa 2,5 miljoen ton CO2 per jaar gedurende 15 jaar
- Streefdoel Aramis: uiteindelijk 22 miljoen ton CO2 per jaar, in velden met totale capaciteit van meer dan 400 miljoen ton
Rol CCS richting 2050
- Om klimaatneutraliteit te realiseren, speelt CC(U)S een rol richting 2050.
- CCS is vooralsnog de enige betaalbare en schaalbare technologie voor koolstofverwijdering. Op termijn zal CCS in toenemende mate worden toegepast bij met name de productie van biobrand- en grondstoffen.
Relevante trajecten
- Porthos (Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en EBN). Het Porthos-project is toegevoegd aan het MIEK.
- Aramis (TotalEnergies, Shell, Energie Beheer Nederland (EBN) en Gasunie). Het Aramis-project is toegevoegd aan het MIEK.
- EU: Industrial Carbon Management Strategy (ICMS) o.a. visie op koolstofafvang en -opslag (CCS) en koolstofverwijdering) Net Zero Industry Act (NZIA), doel injectiecapaciteit van minstens 50 Mton CO2 in geologische opslaglocaties in 2030 waarvan 13,3 Mton bij olie- en gasbedrijven die in Nederland geregistreerd zijn.
- Routekaart Koolstofverwijdering
NPVI-doelen
- Tijdige realisatie van essentiële CO2 afvangprojecten in de industrie
- Tijdige realisatie van voldoende en veilige infrastructuur voor transport en opslag.

| Code |
Mijlpaal |
Omschrijving |
Opleverdatum |
Eigenaar |
| CS03 |
Beoogde injectiecapaciteit per jaar voor CCS beschikbaar |
In de NZIA wordt olie- en gasbedrijven in de EU opgedragen om tegen 2030 50 Mt/jaar aan injectiecapaciteit voor CCS gereed te hebben. De verplichting per bedrijf wordt bepaald op basis van hun aandeel in de EU-productie (2020–2023). |
2030 Q1 |
Gas- en olieproducenten |
| CS10 |
Realisatie 2 Mton CO₂-reductie bij AVI's |
Door toepassing van CCS kan in 2030 tot 2 Mton negatieve emissies ontstaan. Het kabinet bewaakt dat dit niet leidt tot lock-in of een perverse prikkel voor extra afvalverbranding of import, om de circulaire economie niet te ondermijnen. |
2030 Q1 |
KGG |
| IF03 |
Realisatie Porthos (2,5 Mt per jaar) |
Tussentijdse mijlpalen: • Uitspraak Raad van State (2023 Q2) • FID (2023 Q3) |
2026 |
Consortium |
| IF04 |
Realisatie Aramis (start 7,5 Mt/jaar; capaciteit 22 Mt/jaar) |
Tussentijdse mijlpalen: • FID in 2027 • Start-up in 2030 |
2030 |
Consortium |
| IK05 |
Einde SDE++-beschikkingen voor fossiele CCS-aanvragen |
Na 2035 worden geen nieuwe SDE++-beschikkingen meer verleend voor CCS op fossiele bronnen. |
2035 Q1 |
KGG |
| CI17 |
EC-rapport negatieve emissies |
In 2026 publiceert de Europese Commissie een rapport over integratie van negatieve emissies in het ETS, mogelijk met een wetgevingsvoorstel. |
2026 Q1 |
Europese Commissie |
| IF02 |
Delta Rhine Corridor: waterstof- en CO₂-leiding |
DRC voorziet in ondergrondse buisleidingen: • Waterstoftransport Rotterdam–Boxtel (2031–2032) • CO₂-transport Rotterdam–Duitse grens / Chemelot (2032–2033) Ammoniak en herbruikbare leiding niet meer in scope; ruimte voor toekomstige leidingen blijft beschikbaar. |
2033 Q1 |
KGG & IenW |
| CS11 |
Herziening Mijnbouwwet |
Herziening in 2027 gericht op: 1) verankeren van beleidskeuzes, 2) borgen van eerdere keuzes zoals verbod CO₂-opslag op land, 3) oplossen van knelpunten in het systeem. |
2027 |
KGG |