De verduurzaming van de industrie is onlosmakelijk verbonden met de beschikbaarheid van robuuste en toekomstbestendige energie-infrastructuur. Elektriciteit, waterstof, CO2 en grondstoffenstromen vormen de levensaders die de transitie mogelijk maken. De huidige infrastructuur moet aanzienlijk worden uitgebreid en aangepast om te voldoen aan de toenemende vraag naar duurzame energie en grondstoffen.
Dit thema richt zich op het verzekeren van voldoende energie-infrastructuur voor de industrie. Het NPVI beoogt een helder begrip van de vraag, voldoende investeringen, en de juiste prioritering en voortgang bij de planning en realisatie te waarborgen, met speciale aandacht voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat (MIEK) en de Dialoog over Infrastructuur voor Industrie in Transitie (DIVIT).
Jaarlijks wordt in Q4 een overzicht gepubliceerd over de voortgang van nationale
energieprojecten.
Infrastructuurtrajecten
- MIEK en pMIEK
- Dialoog over Infrastructuur voor Industrie in Transitie (DIVIT)
- PEH - Programma Energiehoofdstructuur
- VAWOZ - Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee
- Landelijk waterstofnetwerk
Inzicht en tijdige beschikbaarheid
De energietransitie vereist forse uitbreiding en versterking van de energie-infrastructuur. Voor de industrie is tijdige beschikbaarheid van energie-infrastructuur essentieel om te kunnen verduurzamen, concurrerend te blijven en toekomstbestendig te opereren. Tegelijkertijd hebben netbeheerders en overheden betrouwbaar en tijdig inzicht nodig in de verwachte energievraag van industriële afnemers en eventuele onzekerheden, om goed onderbouwde investeringsbeslissingen te kunnen nemen. Structurele uitwisseling van infrastructuurbehoeften en voortgang in realisatie van energie-infrastructuur tussen industrie, netbeheerders en overheden is daarom onmisbaar. Het Data Safe House (DSH) speelt hierin een centrale rol.
Afgelopen jaren zijn de analyses en strategieën die voortkwamen uit de samenwerking tussen industrie en netbeheerders vastgelegd in Cluster Energie Strategiën (CES’en). Projecten in de CES zijn beoordeeld en (indien van nationaal belang) opgenomen in het MIEK. Via het MIEK wordt de voortgang van deze projecten bewaakt.
Het (p)CES-proces wordt per 2026 vervangen voor de Dialoog over Infrastructuur voor Industrie in Transitie (DIVIT). DIVIT beschrijft de vernieuwde samenwerking tussen industrie, netbeheerders en overheden voor het faciliteren van verduurzaming door data-uitwisseling en dialoog. DIVIT bouwt voort op de samenwerking van de (p)CES. Echter, waar de focus van de CES op het product lag, verschuift de focus van DIVIT naar de doorlopende dialoog over verduurzamingsplannen, infrastructuurinvesteringen en beleid op de lange termijn. DSH speelt een een faciliterende rol bij de dataverzameling
van de verduurzamingsplannen van de industrie. Goede samenwerking tussen partijen
blijft daarom essentieel, waarbij ook de Stuurgroep NPVI het platform is waar knelpunten besproken kunnen worden.
NPVI-doelen
- Voldoende inzicht in de infra-vraag
- Voldoende investeren, prioriteren, plannen
- Voldoende realisatie


| Code |
Mijlpaal |
Omschrijving |
Opleverdatum |
Eigenaar |
| IF02 |
Delta Rhine Corridor: Waterstof- en CO₂-leiding |
De Delta Rhine Corridor (DRC) is het initiatief om meerdere buisleidingen aan te leggen tussen Rotterdam, de Duitse grens en mogelijk Chemelot. De scope is aangepast: • Waterstofleiding: Rotterdam → Boxtel (2031–2032) • CO₂-leiding: Rotterdam → Duitse grens / Chemelot (2032–2033) Een herbruikbare buisleiding en ammoniak zijn niet langer onderdeel van de scope. |
2033 Q1 |
KGG en IenW |
| IF03 |
Realisatie Porthos (2,5 Mt per jaar) |
Tussentijdse mijlpalen: • Uitspraak Raad van State (2023 Q2) • Finale investeringsbeslissing (2023 Q3) Porthos wordt een grootschalig CCS-project (2,5 Mt CO₂ per jaar). |
2026 |
Consortium |
| IF04 |
Realisatie Aramis (start 7,5 Mt/jaar; capaciteit 22 Mt) |
Aramis ontwikkelt een CO₂-transport- en opslaginfrastructuur op zee. De totale CCS-capaciteit wordt opgeschaald van 7,5 Mt naar 22 Mt per jaar in latere fasen. |
— |
— |
| IF23 |
Publicatie Target Grid 3.0 |
TenneT publiceert Target Grid 3.0, waarin de toekomstige elektriciteitsnetstructuur wordt geschetst op basis van langetermijnscenario’s. |
2026 Q3 |
TenneT |
| CS03 |
Beoogde Mton injectiecapaciteit voor CCS beschikbaar |
In de NZIA worden olie- en gasbedrijven verplicht om gezamenlijk 50 Mt/jaar aan CCS-injectiecapaciteit te realiseren in 2030. De verplichting wordt verdeeld naar rato van historische productie (2020–2023). |
2030 Q1 |
Gas- en olieproducenten |
| RV22 |
Oplevering PEH II |
Tweede versie van het Programma Energiehoofdstructuur, waarin aannames worden geactualiseerd en analyses worden verdiept. Het programma wordt elke vier jaar herzien. |
2028 Q4 |
KGG |
| IF26 |
Realisatie gelijkstroomkabels voor diepe aanlandingen WoZ |
Nieuwe onderzoekstrajecten naar gelijkstroomaanlanding voor toekomstige wind-op-zee-projecten. Realisatie wordt rond 2040 verwacht. |
2040 |
KGG |
| IF27 |
Verkenning intensivering ruimtelijke sturing energie-infrastructuur |
Onderzoek naar manieren om locaties voor energiefuncties beter ruimtelijk te programmeren. Resultaten worden in 2026 met de Kamer gedeeld. |
2026 Q3 |
KGG |
| IF28 |
Oplevering verduurzamingsplannen clusters (Data Safe House) |
Bedrijven leveren gegevens over energieverbruik en emissies aan het Data Safe House en verwerken deze in gezamenlijke scenario-analyses voor verduurzaming. |
2026 Q2 |
Industrie |
| IF29 |
Scenario-analyse netbeheerders |
Netbeheerders publiceren een scenarioanalyse over toekomstige ontwikkeling van vraag en aanbod van energie(dragers). |
2027 Q1 |
Netbeheerders |
| IF30 |
Concept-investeringsplannen (IP28) netbeheerders |
Netbeheerders publiceren ontwerp-investeringsplannen. Conceptversies verschijnen in 2027 Q3. |
2027 Q3 |
Netbeheerders |
| IF31 |
Definitieve investeringsplannen (IP28) netbeheerders |
Publicatie van definitieve investeringsplannen voor een termijn van twee jaar. |
2028 Q1 |
Netbeheerders |
| CS12 |
Realisatie CCS-project Yara Sluiskil |
CO₂ uit ammoniakproductie wordt afgevangen, gecomprimeerd en verscheept naar opslag onder de Noorse zeebodem (Northern Lights). Reductie: 0,8 Mt CO₂/jaar vanaf 2026. |
2026 Q1 |
Yara Sluiskil |
| W23 |
Inwerkingtreding regulering toegang transport & opslag waterstof |
Wetsvoorstel uit het Decarbonisatiepakket reguleert toegang tot waterstoftransport- en opslaginfrastructuur. Vanaf 2033 geldt gereguleerde toegang. |
2033 Q1 |
KGG |
| EL26 |
Oplevering Routekaart Wind op Zee richting 2040 |
Het kabinet publiceert een routekaart voor wind-op-zee richting 2040, inclusief fasering en benodigde infrastructuur. |
— |
— |