‘Door casusaanpak meer begrip voor uitdagingen van alle partijen in de keten’

Mathias de Graag 15-12-2025
361 keer bekeken

Hoewel de casusaanpak van Cluster 6 voor keramische tegelproducent Mosa geen concrete oplossingen opleverde, leidden de gesprekken wel tot meer begrip tussen de betrokken partijen. Wim Wolfs en Willem Stas van Mosa vertellen over de meerwaarde van zo’n casusgerichte aanpak.

Daarnaast vertellen ze hoe ze verder aan de slag gaan ondanks de huidige uitdagingen.  

Wim Wolfs, manager energy transition, en Willem Stas, chief operations officer, namen voor Mosa deel aan de gesprekken rondom de casusaanpak van Cluster 6. Beiden houden zich binnen de Maastrichtse tegelproducent bezig met het verduurzamen van het bedrijf.

Duurzaamste tegel ter wereld 

Mosa is sinds 1883 gevestigd in Maastricht. Het bedrijf verkoopt haar producten in meer dan 50 landen verspreid over 4 continenten en heeft ongeveer 500 medewerkers in dienst. Rond 2007 koos Mosa voor de Cradle-to-Cradle-filosofie als model voor de ontwikkeling en productie van tegels. Als enige keramische tegelproducent ter wereld heeft het bedrijf een goudcertificaat. Dat houdt in dat de tegels van Mosa van grondstof tot eindproduct verantwoord en duurzaam zijn geproduceerd. Er wordt daarbij onder andere gekeken naar schone grondstoffen, energieverbruik, watermanagement en de sociale omstandigheden van het eigen personeel en die van de mensen in de toeleverketen. Hierdoor mogen ze zich de producent van 's werelds duurzaamste keramische tegel noemen. 

Hernieuwbare energie moeilijk beschikbaar 

Stas geeft aan dat om te kunnen voldoen aan de strenge eisen van de Cradle-to-Cradle-certificering en toekomstige wetgeving de beschikbaarheid van hernieuwbare energie een lastige is. "Wij kopen wel groene stroom in, maar die hebben we zelf niet. We hebben ook gekeken naar groen gas en biogas, maar dat is te weinig beschikbaar en te weinig van gegarandeerde afkomst. We hebben eigenlijk maar 2 opties: of we produceren de energie zelf op eigen terrein, of we zorgen dat er een gegarandeerde groene bron is die de stroom aanlevert. De eerste optie valt voor ons af, dat is lastig te realiseren midden in de stad Maastricht. Er blijft dan eigenlijk maar 1 realistische optie over. Elektriciteit is op dit moment de enige optie als energiebron, ook omdat er nog geen tijdslijnen bekend zijn voor het aanleggen van het waterstofnetwerk richting Zuid-Limburg.  

Casusaanpak maakt posities partijen inzichtelijk 

Wolfs: “Alle partijen die wij nodig hebben voor verduurzaming zaten met elkaar aan tafel bij de gesprekken rondom de Cluster 6 casusaanpak. Mensen van onder andere het ministerie van Klimaat en Groene Groei, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Enexis, TenneT, Gasunie, gemeente, provincie en InvestNL. De aanwezigheid van de hele keten was echt een groot pluspunt. Je zag wie op elkaar wachtte, wie afhankelijk was van wie en wat er in de hele keten nodig is om elektrificatie voor elkaar te krijgen. Het was ook essentieel dat de partijen onderling die wederzijdse afhankelijkheden eens goed in beeld kregen. Je kreeg op deze manier echt meer begrip voor elkaar.” 

Cluster 6 -casusaanpak

Het ministerie van Klimaat en Groene Groei, Stichting Cluster 6 en RVO  ondersteunen de verduurzaming door bedrijven bij elkaar te brengen en de knelpunten inzichtelijk te maken voor netbeheerders en overheden.

Wat levert dat op:

  • Oplossingen bedenken: Bedrijven willen vaak verduurzamen maar ze stuiten tegen een aantal knelpunten. Door het samenbrengen van alle relevante stakeholders aan tafel wordt de echte vraag/behoefte verkend en gezamenlijk (creatief) naar mogelijkheden gekeken. Zo worden oplossingen gezocht om ondanks beperkingen als netcongestie toch verduurzamingsstappen te zetten.
  • Leren van elkaar: aan de hand van de concrete casussen en de stappen die de Cluster6-bedrijven zetten, leren we van elkaar en laten we andere bedrijven zien wat mogelijk is. Doordat we bedrijven actief verbinden met kennispartners versnellen we innovatie en kunnen we verduurzamingsoplossingen breder toepassen.  
  • Interdisciplinair samenwerken: door bedrijven, overheden, netbeheerders samen te brengen, leren we ook in de praktijk wat wel werkt en wat niet lukt. Knelpunten uit de praktijk bieden bijvoorbeeld nieuwe inzichten die dan weer tot beleidsaanpassingen kunnen leiden.

Regie op de keten nodig

Met de casusaanpak werd duidelijk dat alle partijen een rol hebben bij de verduurzaming van een fabriek als van Mosa. Stas licht toe: 
“Tijdens de casusaanpak werd duidelijk dat de energietransitie heel veel vraagt van alle partijen in de keten, van overheid tot eindgebruiker. Alle partijen moeten met de neus dezelfde kant op en goed worden geïnformeerd over wat er allemaal speelt bij iedereen. Het hele systeem moet in kaart worden gebracht en in kaart blijven. Regie daarover is heel belangrijk. De casusaanpak kan daar iets in betekenen.”  
Helaas heeft de casusaanpak, ondanks de betrokkenheid van alle partijen, de knelpunten voor verduurzaming niet weg kunnen nemen. Netcongestie kan niet versneld worden opgelost. Alternatieven, zoals opwek in het zeer nabije België, bleken ook geen haalbare opties.  

Zowel Wolfs als Stas kunnen er niet omheen: vanwege netcongestie kan Mosa op korte termijn (tot naar verwachting 2032) geen grote duurzame investeringen doen op het gebied van energietransitie. “Momenteel stoken we onze ovens op aardgas”, zegt Stas. “Mosa is een ambitieus bedrijf als het gaat om duurzaamheid. Wij zijn vastberaden om de positie van duurzaamste keramische tegelproducent te versterken. Elektrificatie helpt daarbij, maar daar wringt meteen de schoen. We kunnen vanwege het gebrek aan ruimte op het net nauwelijks elektrificeren." 

Eigen energiebesparing creëerde mogelijkheden

 Toch ging Mosa door met onderzoeken van hetgeen wel kan. Door zelf nog meer energie te besparen kon enig vermogen 'vrij gespeeld worden' om elektrificatie op kleine schaal toe te passen en te testen. Stas: "We vonden in onze eigen ‘energiebubbel’ de ruimte die nodig is om te testen of we onze ovens kunnen elektrificeren. We wilden zeker weten dat we onze ovens in de toekomst kunnen elektrificeren. Daarom gaan we eerst 3 testen doen. Wij gaan 3 zones elektrificeren van ongeveer 6 tot 8 meter als test om te kijken hoe het werkt met regelaars, warmteopname en verbruik. Een oven is overigens 100 tot 120 meter lang. Met het elektrificeren van die zones is ons laatste beetje vermogen op. Daarom kunnen we niet meer dan 3 zones doen, anders dooft het licht in de kantoren. Dat willen we natuurlijk voorkomen." Er zijn twee DEI-aanvragen ingediend voor de testen, waarvan een reeds gehonoreerd is.

Casusaanpak leidt niet tot grotere netaansluiting

De casusaanpak voor Mosa heeft jammer genoeg dus niet tot handelingsperspectief geleid. Desondanks zijn er waardevolle inzichten opgedaan voor alle betrokkenen. Het toont het belang aan voor goede communicatie tussen de verschillende partijen. Daarnaast is helderheid rondom het verkrijgen van transportvermogen op elektriciteitsnet belangrijk; als een bedrijf niet vooruit kan door netcongestie, dan is wel van belang om te weten wanneer dat wel mogelijk wordt. Alleen dan kunnen de plannen en investeringsbeslissingen erop worden afgestemd en de tijd benut worden voor eventueel vooronderzoek.
Het is goed dat het bedrijf in de tussentijd zelf doorgaat, het energieverbruik en eigen proces efficiëntie verder optimaliseert en zo ruimte creëert om elektrificatie te testen. Dat laat zien dat bedrijven willen verduurzamen en kijken naar wat ze nu nog wel kunnen doen.  
Stas komt door netcongestie tot een belangrijk inzicht. “We maken aantoonbaar de meest duurzame keramische tegel ter wereld, maar die zou straks in Nederland erg moeilijk geproduceerd kunnen worden door de genoemde knelpunten. Dat zou toch echt een wrange vaststelling zijn. We gaan ervan uit dat het niet zover komt.” 

Rol RVO en Cluster 6 in casusaanpak

  • RVO gebruikt haar kennis van de industrie om de juiste vragen te stellen, bedrijven inhoudelijk te ondersteunen in hun verduurzamingstrajecten en ze uit te dagen ook naar proces efficiëntie en innovaties te kijken. Ze verkleint de afstand tussen bedrijven, netbeheerders en overheden. Naast veel kennis van regelingen en subsidies heeft RVO ook sectoraccounthouders (experts van verschillende industriële sectoren, denk aan keramiek, voedsel, glas, papier etc.) en specialisten op het gebied van elektrificatie, waterstof, energiebesparing etc.
     
  • Cluster 6: helpt met de cluster- en regioaanpak, problemen zichtbaar te maken en verbindt partijen die kunnen helpen bij een oplossing. Cluster 6 heeft dus een belangrijke rol bij het identificeren van de kern van het probleem of vraagstuk en bij het bij elkaar brengen van partijen. Dat levert vaak waardevolle inzichten op. De gesprekken worden inhoudelijker en de problematiek wordt breder inzichtelijk. Dat helpt om oplossingen te vinden. En als dat niet lukt, dan bieden de knelpunten inzichten vanuit de praktijk die met beleidsaanpassingen aangepakt kunnen worden.

Actieplan 2.0 Cluster 6

De casusaanpak is bedoeld om cluster 6-bedrijven te ondersteunen bij hun verduurzamingsopgaven en te leren van elkaar. Dit najaar komt het ministerie van Klimaat en Groene Groei met Actieplan 2.0 Cluster 6. Met de ervaringen tot nu toe is de aanpak verbeterd. Zo kunnen we jou en andere bedrijven nog beter helpen bij de verduurzaming van je bedrijf.  

Sleutelrol Cluster 6-bedrijven

Cluster 6-bedrijven spelen als regionale industrie een sleutelrol in regionale werkgelegenheid, in de energie- en grondstoffentransitie én de verduurzamingsambities.  

Cluster 6: 

  • Maakt onder andere producten die we dagelijks gebruiken, zoals voedingsmiddelen, papier, baksteen en glas. Tot het cluster behoren 10 sectoren en ruim 400 energie-intensieve bedrijven. De producenten zijn onderdeel van een hele keten (toeleveranciers, vervoerders én afnemers als verwerkers, groothandels en winkels).
  • Is de motor van de regionale economie in Nederland.  Er werken zo’n 210.000 fte bij deze bedrijven.  De bedrijven zorgen gezamenlijk voor een omzet van 125 miljard euro. 
  • Is een vliegwiel voor maatschappelijke transities: grondstoffen- en eiwittransitie, verduurzaming gebouwde omgeving, duurzame ketens: scope 3-emissies bij afnemers. 
  • Is gezamenlijk goed voor ongeveer 12,5% van de industriële uitstoot van Nederland. En heeft plannen die opgeteld en uitgevoerd de uitstoot verminderen met 7,5 megaton CO₂ per jaar. Deze getallen komen uit de Landelijke Cluster Energiestrategie, LCES)

Ook interessant

Afbeeldingen

Cookie-instellingen