De luchtvaart en vrachtvervoer over land en water kunnen moeilijk stoppen met fossiele brandstoffen, zoals diesel en kerosine, omdat ze veel energie bevatten. Dit maakt het lastig om ze te vervangen door elektriciteit of waterstof. Ook de petrochemische industrie gebruikt nog veel fossiele nafta.
Neste pionier in duurzame biobrandstoffen
Het economisch en ecologisch meest reële alternatief voor deze sectoren is het vervangen van fossiele brandstoffen door biobased en circulaire alternatieven. Het Finse bedrijf Neste is pionier op het gebied van hernieuwbare brandstoffen. Neste is ‘s werelds grootste producent van duurzame vliegtuigbrandstof (SAF) en hernieuwbare diesel (HVO). Neste produceert deze biobrandstoffen uit afval- en restproducten, zoals afgedankte frituurvetten, dierlijk vetafval en restproducten uit de voedselketen. SAF en HVO zijn ‘drop-in’ brandstoffen, wat betekent dat ze zonder aanpassingen in bestaande diesel- en vliegtuigmotoren kunnen worden gebruikt. Een groot voordeel is dat deze brandstoffen tot wel 90% minder broeikasgassen uitstoten over hun hele levenscyclus dan fossiele brandstoffen. Bovendien hoeft de infrastructuur voor fossiele brandstoffen niet te worden aangepast.
Nieuwe grondstoffen in ontwikkeling
Tegelijk investeert het bedrijf veel in onderzoek om ook andere reststromen te kunnen gebruiken, zoals bosbouwafval (lignocellulose) en afvaloliën en -vetten van lagere kwaliteit.
Het bedrijf opende in 2007 zijn eerste biodieselfabriek in het Finse Porvoo, breidde deze 2 jaar later uit om in 2010 de grootste biodieselfabriek ter wereld neer te zetten in Singapore. Dat record hield niet lang stand, want een jaar later stond een vergelijkbare fabriek in Rotterdam. Nu, inmiddels 15 jaar later, bestaat het productportfolio van Neste verder uit bionafta, biopropaan en Sustainable Aviation Fuel (SAF).
"Ondanks de uitdagingen zijn wij trots op de positieve groei die we doormaken en kijken we uit naar verdere investeringen in duurzame innovaties."
Groeien tegen stroom in
Met de Nederlandse en Europese plannen voor een bijmengverplichting van biobrandstoffen in de luchtvaart (Akkoord Duurzame Luchtvaart en ReFuelEU) in het achterhoofd besloot het management van Neste zijn productiecapaciteit in de Rotterdamse haven te verdubbelen. Onderdeel van dat plan was de overname van de buurman, een raffinaderij voor plantaardige oliën. Daarmee kwam extra capaciteit beschikbaar voor het voorbehandelen van grondstoffen, maar ook toegang tot de laadpier van de buurman. Beide zijn nodig om de uitbreiding van de productiecapaciteit te ondersteunen. Als de plannen uitpakken zoals het bedrijf berekende, groeit de jaarlijkse productiecapaciteit medio 2027 naar 2,7 megaton hernieuwbare brandstoffen. Dat is dan inclusief productiecapaciteit voor 1,2 megaton SAF.
Woordvoerder Djoeke Altena tempert wel snel het enthousiasme over de uitbreiding. “Want onder de huidige omstandigheden hadden we de investeringsbeslissing waarschijnlijk nooit genomen. Vertrek van de nabije chemische industrie betekent dat we voordelen van gedeelde utilities, zoals stoom missen, waardoor operationele kosten aanzienlijk stijgen. Bovendien is de vraag naar SAF ondanks de bijmengverplichting een stuk lager dan de totale beschikbare productiecapaciteit. Onze businesscase zou er een stuk beter voorstaan als de Europese Unie een meer lineair groeipad uitstippelt voor de bijmengverplichting. Als luchtvaartmaatschappijen ieder jaar een paar procent meer bio-SAF moeten gebruiken, dan kunnen producenten makkelijker en gelijkmatiger investeren in nieuwe productiecapaciteit. Die dan beter aansluit op de markt.”
Regelgeving als knelpunt
Dat de uitbreiding toch doorgaat, heeft vooral te maken met de projectfase van de uitbreidingsplannen. Die was al voorbij het ‘point of no return’. Altena geeft dan ook aan wel wat hulp te kunnen gebruiken, of in ieder geval minder tegenwerking. “Duurzamere bedrijven zoals wij worstelen vaak met achterhaalde regels en vergunningstrajecten die zijn geënt op de oude, fossiele industrie. Maar ook de regelgeving rondom bijvoorbeeld de verwerking van dierlijk afval, zou niet moeten hinderen. We verwerken het afval namelijk zodanig dat eventuele zorgwekkende stoffen worden afgebroken in het productieproces waardoor er geen risico is. Het zou ons werk heel wat gemakkelijker maken als de grondstoffen die wij gebruiken na onze voorbehandeling niet meer als afval worden bestempeld.”
Toegang brandstoffen vergroot strategische autonomie
Terug naar de uitbreidingsplannen. Behalve dat de capaciteit straks verdubbelt, wil Neste ook investeren in een installatie die meer ‘lastige’ afvalstromen kan voorbehandelen. Dat betekent dat er minder van dit soort afvalstromen hoeven te worden verbrand. Winst dus voor het milieu, maar geen gegarandeerde winst voor de Finse ondernemers.
“We zouden als Neste alleen momenteel de hele Europese bijmengverplichting voor SAF kunnen vervullen”, vervolgt Altena. “Maar buiten Europa zitten ze ook niet stil. De Verenigde Staten en China ontwikkelen ook biobrandstoffenfabrieken en dat onder gunstigere omstandigheden dan hier in Europa. Goedkopere energie, arbeid en grondstoffen, maar ook verkapte staatssteun zoals in China, zorgen ervoor dat bedrijven daar sneller en goedkoper kunnen opschalen. Dat creëert niet alleen een ongelijk speelveld voor onze duurzame industrie, maar maakt Europa nog afhankelijker van die landen. Juist nu onze strategische autonomie onder grote druk staat. Om meerdere redenen is het dus van strategisch belang om zelf te kunnen produceren. Het zorgt bijvoorbeeld ook voor extra banen en dat bedrijven en burgers kunnen beschikken over voldoende biobrand- en grondstoffen om te verduurzamen.”
"Het is belangrijk dat koplopers, die al fors geïnvesteerd hebben in duurzamere productie in Nederland en Europa, ook worden gesteund."
Hulp bij volgende stappen nodig
Neste vraagt dan ook om hulp. Het bedrijf investeert meer dan € 3 miljard in de uitbreiding van hun productiecapaciteit in Nederland. In het huidige economische klimaat zijn die investeringen lastig terug te verdienen. Op een proefproject met groene waterstof na, mede gefinancierd door de EU, heeft het bedrijf nooit subsidie aangevraagd en alles op eigen kracht gefinancierd.
Altena: “Het is belangrijk dat koplopers, die al fors geïnvesteerd hebben in duurzamere productie in Nederland en Europa ook worden gesteund. Ondersteuning vanuit de overheid, zowel op nationaal als Europees niveau, is cruciaal om onze economie en samenleving te verduurzamen en de vraag naar hernieuwbare brandstoffen aan te zwengelen. Daarbij hebben we vooral baat bij een duidelijke, duurzamere en op de langere termijn gerichte nationale en Europese koers. Dat begint bij vraagcreatie via zowel bijmengverplichtingen als financiële prikkels om het gebruik van duurzamere en hernieuwbare brandstoffen en grondstoffen te stimuleren. Maar tegelijkertijd zal Europa ook beter zijn grenzen moeten bewaken. Als we onze eigen brandstoffen kunnen produceren, zijn we niet afhankelijk van de willekeur van regimes buiten Europa en kunnen we onze duurzaamheids- en economische ambities ook zelf waarmaken.”
Ook Interessant
Ga aan de slag met circulair ondernemen