Eerste volledig elektrische melkpoederfabriek lijkt beloftes waar te maken

09-10-2023
3090 keer bekeken

Ausnutria legde de lat hoog voor zijn nieuwe melkpoederfabriek in Heerenveen. Onder de naam Project Moon bouwt het bedrijf momenteel een volledig gasloze en energie-efficiënte fabriek. Projectmanager Jelte Smits ziet dat de elektrische warmtepompen voorlopig aan de verwachtingen voldoen.

Branches

Levensmiddelenindustrie

Industrieclusters

Cluster Noord-Nederland

Industrieroutes

Elektrificatie
Proces-efficiëntie en restwarmte

Het komt niet zo heel vaak meer voor dat er geheel nieuwe fabrieken worden gebouwd in Nederland. Er is echter zoveel vraag naar het melkpoeder van Ausnutria, dat uitbreiding noodzakelijk was.

Ausnutria is wereldmarktleider op het gebied van baby- en kindervoeding op basis van geitenmelk. Op het productieterrein van Ausnutria in Heerenveen bevinden zich momenteel al twee verpakkingsfabrieken voor het mengen en verpakken van baby- en kindervoeding en een blikfabriek. Met de nieuwe melkpoederfabriek integreert het bedrijf de gehele productieketen, van melk tot verpakt eindproduct.

Technisch projectmanager Jelte Smits: “De doelgroep die wij bedienen, baby’s en peuters, vormen de nieuwe generatie die ook straks een leefbare omgeving wil. Ons management besloot dan ook om de nieuwe fabriek zo in te richten dat hij CO2-emissieloos en stikstofdepositie-vrij produceert. Om dat voor elkaar te krijgen, wordt de nieuwe fabriek volledig elektrisch aangedreven. Een unicum voor deze sector.”

Warmtepomp

De productie van melkpoeder is een proces van verhitten en koelen. Normaal gesproken gebeurt dat met stoom of gasgestookte heaters. De nieuwe fabriek gebruikt elektrische warmtepompen. Deze werken via hetzelfde principe als een koelkast, maar dan voor de productie van warmte. Smits: “Het is best lastig om een warmtepomp te vinden die heet water van 95 °C kan produceren. Sterker nog, toen we de uitvraag deden, bestond zo’n pomp nog niet. Samen met leverancier GEA zijn we de uitdaging aangegaan. Die ontwierp uiteindelijk een tweetraps warmtepomp met ammoniak als koudemiddel.”

“Het is best lastig om een warmtepomp te vinden die heet water van 95 °C kan produceren. Sterker nog, toen we de uitvraag deden, bestond zo’n pomp nog niet."

Het potentieel van de warmtepomp komt pas echt tot zijn recht bij de inzet van restwarmte. Nu heeft Ausnutria ijswater van 2 °C nodig om de melkvoorraad te conserveren. De warmte die uit het koelproces vrijkomt, zet de fabriek weer in als starttemperatuur voor de eerste trap. Smits: “De warmte die we uit het water onttrekken, kunnen we in de eerste trap naar 70 °C opwaarderen en vervolgens naar 95 °C. Daarmee halen we een coëfficiënt of performance (COP, red.) van 3 tot 4. Dat betekent dat per kWh aan stroom zo’n 3 tot 4 kWh aan warmte wordt geproduceerd. Om van dit hete water stoom te maken, hebben we nog wel elektrische heaters nodig. Dit is niet de meest efficiënte manier van stoomproductie, maar momenteel zijn er nog geen warmtepompen te krijgen die stoom kunnen produceren op 200 °C. Toch zijn we nu al 40% energie-efficienter dan vergelijkbare gasgestookte fabrieken. De ontwikkelingen gaan echter snel, dus ik sluit niet uit dat we in de toekomst naar de 60% energiebesparing gaan.”

Volledig elektrisch

Voorlopig wil Smits er eerst voor zorgen dat de fabriek zijn beloftes waarmaakt. “We zijn de eerste in de wereld die op deze manier melkpoeder gaan produceren. Dan is het best spannend om te zien of een installatie ook daadwerkelijk doet wat we verwachtten. De meeste bedrijven die een warmtepomp installeren, kunnen namelijk nog terugvallen op een gasketel als back-up. Dat doen wij bewust niet. Ons noodscenario bestaat uit het volledig verwarmen met de elektrische heaters, maar dan zou de efficiency wel drastisch inboeten.

Gelukkig zijn we nog geen grote verrassingen tegengekomen. We hebben de warmtepompen al getest en die haalden al de beloofde prestaties. Dat kan straks in een draaiende fabriek misschien nog iets worden bijgesteld, maar het sterkt ons in ieder geval in onze keuzes.”

Financiering

Een tegenvaller die niet direct was meegenomen in de economische besluitvorming, was de aansluiting op het net. Smits: “We konden de benodigde aansluitcapaciteit wel krijgen, maar de netbeheerder moest wel een nieuw grondstation voor ons aanleggen. Die kosten moesten wij zelf betalen.”

Wat in ieder geval wel hielp, was dat de duurzame investeringen financieel werden ondersteund via de subsidie Demonstratie Energie- en klimaatinnovatie (DEI+) en Versnelde Klimaatinvesteringen Industrie (VEKI). Deze subsidies helpen Ausnutria bij de investeringen in de warmtepompen en andere duurzame systemen. Ook maakt het bedrijf gebruik van de SDE+ subsidie, die het verschil tussen de gas- en elektriciteitsprijs overbrugt.

 

 

Afbeeldingen

Cookie-instellingen